Drie adviseurs aan het woord over werken bij PBLQ

Gepubliceerd op

Hoe is het om als adviseur bij te dragen aan een eerlijke informatiesamenleving? Consultancy.nl vroeg het aan Herald van der Meer, Sandra Nolten en Rutger van den Elsen, die als consultant werken voor PBLQ.

Het in Den Haag gevestigde PBLQ is een onafhankelijk adviesbureau voor de publieke sector. De pakweg 90 medewerkers van het bureau werken mee aan een goed functionerende overheid in de digitaliserende samenleving. Door binnen de publieke sector technologie, beleid en bestuur met elkaar te verbinden, zetten ze zich in om te zorgen “dat burgers, bedrijven en overheid vertrouwen hebben en houden in de informatiemaatschappij en de democratische rechtsstaat”.

Herald van der Meer

Herald van der Meer

Sinds vorig jaar zomer draagt de ervaren manager Herald van der Meer bij aan deze missie. Voordat hij zich aansloot bij PBLQ werkte hij lange tijd voor de overheid – eerst maar liefst 21 jaar voor Rijkswaterstaat (RWS) en vervolgens drie jaar voor de Belastingdienst. “Binnen de Rijksoverheid was ik 20 jaar actief als manager, waarvan 10 jaar als directeur”, vertelt Van der Meer. “Zowel bij RWS als de Belastingdienst heb ik grote transformaties begeleid.” 

Deze ervaring past hij nu toe in veranderopgaven. “De belangrijkste lessen die ik heb meegenomen? Probeer grote opgaven altijd op te delen in behapbare stukken. Borg betrokkenheid van de mensen in het werkproces. Zorg voor commitment en ruggensteun tot aan de top van de organisatie. Probeer uit de politiek-bestuurlijke periferie te blijven om concrete resultaten te kunnen boeken – als een dossier politiek-bestuurlijk gevoelig is, zet daar gericht gekwalificeerde mensen op. En tot slot: zorg dat je zo transparant mogelijk bent over de opdracht, de doelen, de risico’s en de kansen die je ziet.” 

Ik kom op heel mooie plekken, waar ik niet snel zou zijn gekomen voordat ik bij PBLQ kwam werken.

Momenteel werkt Van der Meer onder meer aan opdrachten bij het ministerie van Justitie & Veiligheid. “Daar onderzoeken we samen met TwynstraGudde de migratieketen. We werken aan een afsprakenkader over deze voorzieningen. Verder doe ik een interim management-klus bij een directie die in transitie is en licht ik een aantal bedrijfsvoeringsprocessen door om verbeteringen te realiseren.” 

“Naast mijn eigen opdrachten zet ik me in voor ons traineeship, waarin jonge talentvolle wo’ers worden opgeleid tot Jonge Informatieprofessional”, vervolgt hij. “Het traineeship was voor mij één van de redenen om bij PBLQ aan de slag te gaan. De trainees stromen in principe bij de overheid in met een tweede masteropleiding in public informatiemanagement en met 24 maanden gerichte werkervaring. Zeer waardevol voor de overheid en een enorm gewaardeerd initiatief, krijg ik wekelijks terug vanuit onze opdrachtgevers en mijn netwerk.”

Met de eerste anderhalf jaar achter de rug kijkt Van der Meer tevreden terug op zijn keuze voor PBLQ. “Ik heb de overstap onder andere gemaakt om eens te ervaren hoe het is om impactvolle adviezen uit te brengen en veranderingen door te voeren zonder onderdeel te zijn van het systeem en zonder hiërarchische positie. Het komt nu meer dan ooit aan op de kwaliteit van mijn adviezen. Daarnaast ben ik in staat om vanuit PBLQ bij meerdere organisaties en met meerdere teams actief te zijn. Ik kom op heel mooie plekken, waar ik niet snel zou zijn gekomen voordat ik bij PBLQ kwam werken.”

Sandra Nolten

Sandra Nolten

In mei van dit jaar startte Sandra Nolten, die net als Van der Meer al een lange carrière achter de rug heeft. Deze begon in 1995 in de adviesbranche, waarna Nolten een tijd in de financiële sector werkte, om vier jaar geleden over te stappen naar de zorgsector. “De stap van de financiële sector naar een zorginstelling was een hele bewuste: bijdragen aan een maatschappelijk doel en dichterbij de ‘klant’ zijn waar ik uiteindelijk mijn werk voor doe. Die overstap beviel goed: ik ben geraakt door de passie van de collega’s voor de patiënt en het was mooi om vanuit mijn kennis en ervaring stappen te zetten zodat ze de relevante informatie tot hun beschikking hebben.” 

Het was Noltens nieuwsgierigheid naar andere thema’s en organisaties die haar naar PBLQ trok. “Daar heeft mijn werk nog steeds de maatschappelijke relevantie. Bij PBLQ word ik uitgedaagd op opdrachten op uiteenlopende thema’s. Vergeleken met mijn vorige werkomgeving is de impact van de opdrachten op burgers of cliënten minder direct tastbaar of aanwijsbaar. Ik lever een bijdrage aan een grotere beweging op een meer strategisch niveau en meer aan het begin van een beweging.” 

Bij PBLQ heeft mijn werk nog steeds de maatschappelijke relevantie.

“Momenteel werk ik aan vijf kortere opdrachten”, vervolgt ze. “Zo ben ik in de afrondende fase van een onderzoek naar de maatschappelijke kosten en baten van het principe ‘regie op gegevens’, dat mensen de mogelijkheid geeft hun (persoonlijke) gegevens te gebruiken om hun leven, werk of bedrijf te organiseren, terwijl belangrijke waarden als veiligheid en privacy geborgd zijn. Dit onderzoek voeren we uit samen met Ecorys, evenals een gelijksoortige opdracht voor het op orde brengen van de informatiehuishouding van de Rijksoverheid. PBLQ en Ecorys vullen elkaar mooi aan. Het prikkelt mijn brein om scherp te redeneren over wat exact het effect is van een programma of van een principe zoals het hebben van regie op gegevens.”

Ook Nolten begeleidt daarnaast trainees. “Ik ben mentor van een Jonge Informatieprofessional en dat vind ik heel mooi om te doen. Het is een cliché maar ik merk het elke keer weer: mentorgesprekken zijn voor mij ook een waardevol reflectiemoment. Ook de andere adviseurs steken veel van elkaar op. Door samen aan opdrachten te werken, leer je het meest. PBLQ-adviseurs hebben een schat aan kennis en ervaring en ik ervaar dat we goede formats organiseren om inzichten met elkaar te delen en onszelf als bureau verder te ontwikkelen.” 

Rutger van den Elsen

Rutger van den Elsen

Rutger van den Elsen, tot slot, doorliep zelf het advanced traineeship informatiemanagement. “Het traject biedt een ideale mix van afwisselende opdrachten bij (overheids)organisaties en theoretische verdieping”, legt hij uit. “De collegedagen op de vrijdag zijn een bijzonder leuke manier om de in de opdrachten tegengekomen vraagstukken aan discussie en theorie te onderwerpen, en natuurlijk nam ik de kennis uit de colleges weer mee in de praktijk. Het maakt dat je nét dat beetje extra kan meebrengen in je opdrachten. Bovendien leer je zo niet alleen van je eigen opdrachten, maar ook direct over die van anderen – en daarmee over domeinen waar je zelf nog wat verder vanaf staat.” 

Ook over het sociale element van het traineeship is Van den Elsen erg enthousiast. “PBLQ beschikt over een grote hoeveelheid leeftijdsgenoten die aan de lopende band activiteiten organiseren of simpelweg elkaar tegen het lijf lopen. Bij PBLQ werken doorgaans mensen die houden van initiatief, graag met nieuwe mensen in contact komen en zich toegankelijk opstellen voor nieuwe ervaringen. Het voelt als natuurlijk om werk en privé in elkaar te laten overlopen. Ik moet bekennen dat ik door toeval en tijdens informele activiteiten net zoveel kennis, ervaring en potentiële aanknopingspunten voor opdrachten opdoe als tijdens formele evenementen en bijeenkomsten.”

Bij PBLQ werken doorgaans mensen die houden van initiatief, graag met nieuwe mensen in contact komen en zich toegankelijk opstellen voor nieuwe ervaringen

Afgelopen zomer maakte Van den Elsen de stap van trainee naar adviseur. “Aan de ene kant is er veel veranderd, aan de andere kant niet. Wél veranderd zijn mijn verantwoordelijkheden ten aanzien van opdrachten en het nemen van initiatief in contacten met opdrachtgevers en netwerk. Ik heb me direct aangesloten bij de groep collega-adviseurs die ‘ontwerpgericht adviseren’ centraal stellen in hun werk en aanpak. We helpen opdrachtgevers met complexe ontwerpvraagstukken en het komen tot passende en toekomstbestendige oplossingen. Daarnaast ben ik nu een vanzelfsprekender aanspreekpunt: vanaf het moment dat ik mij voorstelde als adviseur kwamen collega’s naar me toe om mijn inzet te vragen bij nieuwe klussen.” 

"Wat niét veranderde is de algemene omgang met collega’s”, voegt Van den Elsen tot besluit toe. “De nieuwe ‘indiensttreding’ ging in die zin zo natuurlijk en vloeiend als het maar kan.”

Bron: Consultancy.nl