De moderne ambtenaar is netwerker in de informatiesamenleving

Gepubliceerd op

Vragen?

Marcel Thaens

Principal adviseur

06 11 95 31 61 06 11 95 31 61
Stuur mij een e-mail

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over onze activiteiten en meld je aan voor de nieuwsbrief.

Aanmelden

In de moderne informatiesamenleving vindt alles plaats in netwerken. Dat zijn vaak complexe publiek-private netwerken. Dat vraagt van ambtenaren andere vaardigheden dan die in het verleden nodig waren. Het opereren in netwerken is natuurlijk niet iets nieuws en doen we al jaren. Maar de tijd vereist dat we daar steeds effectiever en efficiënter in worden. En dat ontwikkelen, vraagt gerichte aandacht.

Vragen?

Marcel Thaens

Principal adviseur

06 11 95 31 61 06 11 95 31 61
Stuur mij een e-mail

Of onze samenleving een informatiesamenleving is, valt moeilijk te bepalen. Want waar kijk je dan naar? Tegen ieder criterium valt wel wat in te brengen. Wijzen op het toegenomen aantal ‘devices’ dat we gebruiken is lastig. Deze apparaten zeggen immers niets over de manier waarop we ze gebruiken. En het feit dat het aantal auto’s enorm is toegenomen de laatste 40 jaar heeft er ook niet toe geleid dat we vandaag de dag spreken van een ‘autosamenleving’ [1]. Je kunt ook kijken naar het aandeel van het Bruto Nationaal Product dat wordt bepaald door informatie gerelateerde activiteiten. Maar tegenwoordig zijn dit soort activiteiten nog maar moeilijk te scheiden van fysieke activiteiten, en dus biedt dat ook geen oplossing. Nog een ander criterium is het verwijzen naar het aantal netwerken dat exponentieel gegroeid is de laatste jaren. Maar ook dit is onbevredigend, want netwerken zijn er altijd geweest en bovendien: gaat het om de netwerken zelf of om de ‘flow of information’ die over deze netwerken heen gaat? Kortom: het is lastig - zo niet onmogelijk - om objectief vast te stellen of onze samenleving zich kwalificeert als informatiesamenleving. Zie ook het werk van [1] Frank Webster.  

Daarom bij deze een pleidooi om netwerken als belangrijke activiteit in het werk van vrijwel iedere ambtenaar eindelijk eens serieus te nemen.

Het rare is dat er in de praktijk toch maar weinig mensen bezwaar hebben tegen het typeren van de huidige samenleving als een informatiesamenleving. Dus doen wij dat voor het gemak nu ook maar. Simpel gesteld spelen in een dergelijke samenleving informatie en informatiestromen een belangrijke rol en is alles met alles verbonden. Een gevolg voor de overheid is dat vrijwel geen enkele publieke organisatie in staat is alleen een maatschappelijk vraagstuk zelfstandig op te lossen. Altijd is samenwerking met andere organisaties, zowel publiek als privaat, nodig. Of het nu gaat om het werken aan veiligheid, zorg voor ouderen of de ontwikkeling van een wijkcentrum. In de bestuurskunde hebben we het dan over governance in plaats van government. Ook voor jou als individuele ambtenaar heeft dit grote gevolgen. Je moet altijd in complexe netwerken opereren en daarin gelden andere regels en gebruiken dan binnen je eigen organisatie. Geert Teisman [2] gaf het al aan: je moet strategisch dubbeldenken. Je moet je eigen organisatie (de wereld van de beheersing) bedienen, maar tegelijkertijd ook de complexe buitenwereld bestaande uit burgers, belangengroepen, publieke organisatie en private actoren (de wereld van de chaos). En je kunt niet kiezen, het is allemaal belangrijk. Kortom: ‘netwerken’ (als activiteit) is een onlosmakelijk deel van je werk geworden. Het is noodzakelijk wil je tot resultaten komen. 

En toch staan we daar vrijwel nooit expliciet bij stil. De meeste mensen gaan vooral af op hun gevoel over wat goed is of werken op een manier zoals ze altijd hebben gewerkt. Veelal denken ze er niet bij na of dit wel de meest effectieve en efficiënte manier is. Dat resulteert vaak in een groot aantal ‘erg inspirerende’ gesprekken (die we natuurlijk allemaal delen op social media), maar lang niet altijd in daadwerkelijke resultaten. Vaker, zo leert de ervaring, hebben mensen vooral het (vervelende) gevoel altijd achter de feiten aan te lopen. Er zijn nog zoveel gesprekken te voeren en er is zo weinig tijd. Waar te beginnen en waar te eindigen?

Daarom bij deze een pleidooi om netwerken als belangrijke activiteit in het werk van vrijwel iedere ambtenaar eindelijk eens serieus te nemen. Dat betekent dat je expliciet aandacht schenkt aan wat je in het kader van netwerken doet en ook systematisch je activiteiten doordenkt. Door de juiste vragen te stellen kun je vaak in een korte tijd al weten of je bezig bent met iets dat daadwerkelijk kans van slagen heeft of dat je aan het spreekwoordelijke ‘dode paard’ trekt. Dat laatste is zonde van je tijd en levert alleen maar frustratie op.

Netwerken is niet vanzelfsprekend maar een grote uitdaging.

Stel: je bent als ambtenaar verantwoordelijk voor de herontwikkeling van een gebied in een binnenstad. Het in kaart brengen van de hierbij betrokken partijen lukt vaak nog wel (via een netwerkanalyse). Maar lastiger wordt het al als je moet aangeven hoe deze partijen (zoals bewoners, projectontwikkelaars, milieubewegingen, de middenstandsvereniging, et cetera) precies over de herontwikkeling en de toekomstplannen van het gebied denken, van welke randvoorwaarden ze uitgaan en welke grenzen ze ten aan zien van de plannen wel of niet acceptabel achten. En hoe staan ze eigenlijk inhoudelijk tegenover de plannen van de gemeente voor dit gebied? Zijn ze bereid die te steunen en zo ja, onder welke condities dan? Dit lijken relatief eenvoudige vragen, maar zelfs iemand die dagelijks midden in een dergelijk proces zit blijkt in de beantwoording ervan al snel erg moeilijk te vinden en wat dan veel gebeurt, is dat we terugvallen op eigen aannames en veronderstellingen ten aanzien van de antwoorden.

Deze worden voor waar aangenomen en zelden of nooit gecheckt. We denken te weten hoe het zit maar door het zorgvuldig doen van het ‘huiswerk’ blijkt vaak al snel of het idee waar je mee bezig bent in de voorgenomen vorm wel haalbaar is of dat bijstelling wellicht toch noodzakelijk is. En als je dan de antwoorden op bovenstaande en nog een paar noodzakelijke vragen hebt, hoe ga je dan vervolgens vakbekwaam je netwerkactiviteiten uitvoeren, hoe zorg je ervoor dat je effectief bent en hoe verbindt je wat je in de buitenwereld doet, met de interne organisatie en de processen van de gemeente?

Kortom: netwerken is niet vanzelfsprekend maar een grote uitdaging. En je kunt veel efficiënter werken als je af en toe eens wat tijd neemt om een eigen netwerkplan op te stellen of bij te stellen. Een investering in een training die je helpt om effectiever en efficiënter te netwerken verdient zich op die manier heel snel terug. In geld, maar vooral ook in een vergroting van je eigen strategische vermogen…

Verwijzingen 

[1] Webster, F. (2014), Theories of the Information Society, 4th revised edition, Taylor & Francis Ltd: Oxford, ISBN 9780415718783
[2] Teisman, G. (2005), Publiek Management op de grens van chaos en orde, Academic Service: Den Haag.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over onze activiteiten en meld je aan voor de nieuwsbrief.

Aanmelden